KANTINEBOUW
T
ijdens ons 33-jarig bestaan hebben wij ons altijd als ware bouwheren
gedragen. In het klein begonnen, realiseerden wij op het einde van vorige eeuw
een mastodont, die zijn gelijke in het verbond niet kent. Achter iedere bouw
stak een ander verhaal:
Onze 1ste kantine werd opgetrokken in beton. In feite was het
een niemendalletje van 8 op 6m (!). Verder ook nog een bergruimte, 2 cabines van
4 op 4, een scheidsrech-terscabine en een WC. De oprichting nam nochtans een
ganse zomer in beslag, niet in het minst door de beperkte mankracht. Dit was
nochtans niet zo gepland: normaal zou betonwerken Van Elsacker het materiaal
leveren, maar de bedrijfsleider toen stond nogal wantrouwig tegenover (de
financiële toestand van) ons jong clubje en stuurde ons door. Wij bestelden dan
maar bij Knaepkens in St.Job. De ganse levering kostte ongeveer 80.000 fr en
werd binnen de 3 dagen voldaan (wij hadden immers bij de leden een lening van
250.000 fr aangegaan, die wij op 5 jaar moesten afbetalen). Van Elsacker was
hierover zo verbolgen (eigen schuld dikken bult?) dat hij zijn werknemers Jos en
Frans Deryck verbood onze kantine te zetten. Wij uiteraard met de handen in het
haar. Guy Segers, toenmalig keeper van de 1ste ploeg, had wel wat
weekendwerk gedaan bij Van Elsacker en had het al eens “zien doen”. Hij werd
dus werkleider. De 1ste zaterdag was nog een achttal mensen op het
appèl. Maar toen wij aan het 2de vak bezig waren, viel het 1ste
omver. Dit demotiveerde blijkbaar want de zaterdagen nadien waren we nog met 3:
naast Guy Segers nog Louis Deryck en Paul Mertens (die later ook zou afhaken).
De ruwbouw vorderde dus uiterst moeizaam. Jos Deryck hielp nog wel bij het
opvoegwerk. Bart Dandois, geholpen door Fons De Veuster, legde de electriciteit,
terwijl het sanitair uitbesteed werd.
Ook de brouwerijen hadden niet teveel vertrouwen. Enkel Wieze wou met ons
in zee gaan. Roger Caspermans werd onze brouwer.
Uiteindelijk konden wij de installatie in gebruik nemen met ons
seniorstornooi op zaterdag 6 september 1975. De nacht voordien hadden wij
evenwel nog tot 1u bezig geweest aan de afwerking.
Anderhalf jaar nadat wij de lening aangingen bij onze leden voor de 1ste
kantine, waren wij op 28/11/78 volledig schuldenvrij. Meteen begonnen wij te
dromen van een grotere kantine. Op 10/9/80 besliste de VZW daar ook werk van te
maken. Daarvoor werd een werkgroep opgericht die op 4/11/80 voor het eerst
samenkwam. We besloten de cabines te laten staan en een grote houten chalet op
te trekken op de plaats van de bestaande kantine. Gelukkig konden we dan via een werkmakker van Rik De Boel een
occasie op de kop tikken in Putte-Kapellen. Het betrof een tekenbarak van BASF,
die van stedenbouw niet mocht gebruikt worden als tuinhuisje (?). Kostprijs:
30.000 fr!
Tijdens verschillende werkvergaderingen werd de praktische uitwerking
besproken: Dirk Weidener berekende de draagkracht van de spanbalken, zodat besloten werd om boven de toog een
draagbalk te steken, evenals boven de ramen. Karel Gysen leverde het materiaal
voor toog en binnenbekleding. Het aanhalen van de panelen werd een hachelijke
onderneming. Met een vrachtwagen van de firma Wouters bracht Bart Dandois het
“lange transport” over.
Op 23 april begon Marcel Van Keer met de afbraak van de bestaande
kantine. Op 25 april was deze karwei al geklaard. Haast elke avond en ieder
weekend werd er met man en macht gewerkt. Wij hadden bovendien onze les geleerd
uit de vorige bouw. Daarom werkte de vzw een stimulerende maatregel uit: wie
kwam meewerken betaalde nog 20 fr lidgeld; wie thuis in zijn zetel bleef zitten
mocht 1.020 fr ophoesten.
De week voor het tornooi geraakten we klaar. Het duurde minder dan 4
maanden.
Zonder volgende vaklui hadden wij het zeker niet geklaard:
René Geens (technische leiding en vooral schrijnwerkerij); Johan Van
Wolput, Rik De Boel en Herman Vinck (vloeren en metselwerk), Jef Ceulemans
(schilderwerk), Leo Vervoort (loodgieterij), Lou Segers (dakwerken), Luc
Janssen, Marc Van Dijck en Felix Verlooy (electriciteit), Xavier Baerts, Guy
Matheussen en Jos Deryck (timmerwerk), Paul Campforts, Guy Jennes, Gust Aerts en
Frans Wils (helpers waar nodig), Fons De Veuster (ploegbaas) en Jan De Veuster
(organisatie en administratie). Verder natuurlijk ook alle andere helpers.
Om de kantine te bouwen, hadden we weer een lening afgesloten bij de
leden, die andermaal terugbetaalbaar was op 5 jaar (maar die weer binnen de 3
jaar vereffend was). Door de financiële meevaller van het tornooi konden we
afsluiten op 215.000 fr
Nog een positief aspect aan deze kantinebouw: uit de werkgroep ontsproot
ons Technisch Comité, dat tot op heden instaat voor onze accommodatie.
Wij wensten 4 cabines, een scheidsrechterscabine en een WC (apart
dames/heren), die bovendien vanuit de kantine bereikbaar waren. Dit alles in 1
tussenseizoen realiseren, bleek onmogelijk zodat het opgesplitst werd in 2
fasen.
In de zomer van 1985 werd de ruwbouw rond de bestaande cabines gemetst,
zodat wij als het ware overdekte kleedkamers hadden. Dit werd verwezenlijkt door
de mensen van ons Technisch Comité, bijgestaan door een horde vrijwillige
medewer-kers.
De ruwbouw werd op korte tijd geklaard. Enkel het opvoegen zou nog
aanslepen tot in het begin van het seizoen. Belangrijkste hoofdprobleem in die
fase waren de lichtkoepels. Er waren immers geen vensters (enkele
“patrijspoorten” niet te na gesproken), zodat een oplossing via het dak
moest gezocht worden. Vooral het waterdicht maken, zorgde voor de nodige
kopbrekens.
Financieel werd het ook een meevaller want het kon volledig met eigen
middelen betaald worden.
In de loop van het seizoen volgden verschillende vergaderingen om de
ruimte (want echt groot was het niet) zo economisch mogelijk in te richten. Er
werd geopteerd voor volkernplaten voor de binnenbouw (plaatsbesparend) en het
super SER verwar-mingssysteem. De vloer zou bestaan uit gepolierd beton, wat het
onderhoud zou vergemakkelijken. In de douches kwamen wel antisliptegels. André
Verbruggen kon ons een sceptische put bezorgen.
In het tussenseizoen werd niet enkel in het weekend gewerkt, maar ook
’s avonds. Met het tornooi konden de cabines in gebruik genomen worden, maar
de afwerking liep nog wel enige tijd door.
Enkele namen van medewerkers die we je niet willen onthouden: Guy
Horemans, René Geens, Marcel Joosen, Frans Wils, Rik De Boel, Fons De Veuster,
Jan De Veuster, Xavier Baerts, Ludo Van Trier, Ludo Bosmans, Dirk Ceulemans,
Karel Gysen, Fons De Paepe, Paul Daniëls, Felix Verlooy, Stan Van Gastel, Jos
Deryck, Paul De Clippeleir, Fernand De Graef, Jan Heye.
Met onze verhuis naar De Zeurt, erfden wij de kantine van Hoogmolen. Het
betrof dus geen nieuwbouw, maar wel een stevig renovatie. Voornamelijk de vloer
had een grondige opknapbeurt nodig. Maar dit bezorgde ons Technisch Comité wel
een serieus dilemma: de inspanningen moesten in verhouding staan tot de beperkte
gebruiksduur (wij hoopten binnen een 2-tal seizoenen onze nieuwe chalet in te
huldigen), terwijl toch het nodige comfort moest nagestreefd worden.
Het materiaal werd geleverd door de gemeente, wij zorgden voor de arbeid
(een formule die ook bij onze huidige accommodatie gebezigd werd). Bovendien
stond in ons eisenbundeltje dat er een aansluiting moest komen op het
aardgasnet. Ook wensten wij de aanleg van een oefenveld om de 2 terreinen enkel
voor competitie-wedstrijden te gebruiken. Dit veld kwam achter het B-veld (waar
nu de korfbal zijn installaties heeft). Wij transporteerden de verlichtingspalen
van ons klein oefenveldje achter het college naar de Zeurt. De
nivelleringswerken gebeurden door de firma Ooms.
Wat het gebouw betrof: eerst kreeg de buitenzijde een grondige
opknapbeurt zodat de aanwezigheid van Simikos voor de buitenstaander al vlug
duidelijk werd. Tegelijkertijd werden in de cabines de rottende vezelplaten
verwijderd en rondom de installatie werden gaten geboord om de verluchting te
bevorderen. Na het drogings-proces konden de waterdichte triplexplaten
aangebracht worden.
Aan de achterzijde werd een opslagruimte in beton opgetrokken voor onze
dranken. Zo konden wij tevens doorgeefijskasten inbouwen. De prefabs werden
overgebracht om ons materiaal in op te bergen.
De medewerking van de leden liet eigenlijk te wensen over zodat het D.B.
OP 9/9/92 besloot dat de beurtrol werd afgeschaft voor wie kwam helpen (in de
brede zin van het woord).
Op 21/9 werd met de verantwoordelijken van het St.Michielscollege een
overeen-komst gesloten betreffende de overdracht van onze installaties aan het
Papenaar-deken. Tot op heden gebruiken zij die nog als polyvalente ruimte.
De houten chalet zou nog dienst doen tot 1997. Daarna zou de korfbal er
nog meer dan 5 jaar in vertoeven (ons oplapwerk was dus meer dan degelijk).
Momenteel staat ze te verkommeren om eerstdaags afgebroken te worden.
Toen wij in 1992 naar De Zeurt verhuisden, hoopten wij hoogstens 2 jaar
nadien onze nieuwe kantine te kunnen inhuldigen. Dat was echter buiten de
administratieve molen gerekend. Bovendien staken buurtcomité’s en andere
externe factoren stokken in de wielen. Onze nieuwe accommodatie kreeg stilaan de
vorm van een luchtkasteel … tot in 1996. Na verschillende (verbeterde) plannen
aan het architectenbureau teruggestuurd te hebben, installeerde de aannemer
(Sools) september 96 zijn kranen en ander zwaar materiaal. Hoewel alles nog niet
van een leien dakje verliep, was dit voor ons toch het sein om een oproep voor
medewerkers te lanceren. Want wij hadden met het gemeentebestuur een uniek
samenwerkings-akkoord afgesloten: de gemeente zorgde voor de ruwbouw, wij
stonden in voor de afwerking. Gelukkig kregen wij daarbij ook nog financiële
ondersteuning (onderhan-delingen hieromtrent werden door Jan De Veuster
gevoerd). Toch leverde deze werkwijze de gemeente Schoten een winst op van 7
miljoen (oude Belgische franken). Wat de oproep betrof: er was een bevredigende
opkomst bij de nodige vaklui. Ook een redelijk aantal spelers en enkele ouders
kwamen af en toe een handje toesteken, maar het merendeel van onze leden bleef
opvallend afwezig.
De plannen voor de binneninrichting, zoals door het architectenbureau
afgeleverd, werden door Guy Horemans op Simikos-maat hertekend. Dit vergde
avonden en weekends studie, onderhandelen met aannemers, inwinnen van informatie
en prijsoffertes afwegen. Nadat hij hieruit een aanvaardbaar (uiteraard ook
financieel) alternatief had gedistilleerd, kon in diverse vergaderingen een
werkschema worden uitgedokterd. Met al deze theoretische kennis was het
vanzelfsprekend dat Guy de algemene coördinatie naar zich toe trok.
Een eerste tijdrovende klus was het binnenvoegwerk. Door het vriesweer
kenden wij een valse start in de kerstvakantie, maar in februari kon definitief
van start gegaan worden. Dit betekende toch al een achterstand op het schema van
ongeveer 2 maanden. De 1.300 m² (ruw geschat) grote oppervlakte slorpte
verschillende week-ends en avonden op. Vooral de familie Verbeeck (Jef – Sven
– Danny – Swa – Kevin) manifesteerde zich nadrukkelijk. Zij werden goed
bijgestaan door de familie Calluy (Frank – Bert – Kris), Erik en Filip Kees,
Paul De Clippeleir, Paul Wynants, Robert Imler, Johan Dockx, Niko Vanzeebroeck,
Kris Sledsens en Jos Deryck (die bovendien de velden onderhield).
Aan de bevloering gingen nog voorbereidingswerken vooraf. Frank Calluy
met zijn zonen Bert en Kris, Ludo Van Trier, Rudy Limbour en Paul De Clippeleir
legden honderden meters waterleiding en afvoerbuizen, die onder de chape
verdwenen. Opnieuw familie Verbeeck (Jef en Gilberte, Sven, die ook de douches
van een water-dichte specie voorzag en Danny, die ook het metselwerk van de toog
voor zijn reke-ning nam) namen het leeuwenaandeel van de ongeveer 1.000 m² voor
hun rekening. Zij kregen met Jos Deryck en Kris Van Den Bergh waardige
assistenten. Theo Marijnissen, Erik Kees, Herman Wouters en Frank Calluy staken
een aardig handje toe bij het betegelen van WC’s en douchecellen, en het
plaatsen van plinten. Het voorbereidend bezetten werd door het broederpaar Geens
(Koen en Paul) ter harte genomen.
Guy Horemans kende heel wat knobbelwerk aan de verwarming. Uiteindelijk
bracht Laurent De Wachter (Bondec) de redding. Ook hier kon hij rekenen op Paul
De Clippeleir om de nodige leidingen te leggen.
Een belangrijk item was de elektriciteit: ongeveer 2 km kabel werd er
getrokken. De specialisten terzake waren Guy Horemans, Paul Aerts en andermaal
Paul De Clippeleir. Zij hebben nog een tijdlang tijdens het seizoen verder
gewerkt, maar tegen de seizoensaanvang was het belangrijkste operationeel.
Tijdens al deze werkzaamheden konden onze vaklui rekenen op de hand- en
span-diensten van een aantal bereidwilligen: Maarten De Veuster breidde zijn
vakkennis aanzienlijk uit, Choi en Kris Sledsens, Niko Vanzeebroeck, Steven Van
Tichelt … ook bij het afschuren van de planken waren zij erg actief. Eddy
Spruyt en Bruno Van Hooydonk legden met het zagen en schaven de 1ste
hand; Bernadette Wouters, Stefaan Kees en Kathleen hanteerden het meest de
sapborstel. Voor het bevestigen van de beugels en de banken, de kapstokken,
rugleuningen komen wij terug bij gekende namen als Jef & Swa Verbeeck, Erik
en Stefaan Kees, Paul Wynants. Bruno Van Hooydonk kreeg verschillende helpers
bij het bevestigen van de glaswol-isolatie en het monteren van het valse plafond
in de kantine: Rudy Limbourg, Rudy Van Hees, Rik Van Haeren, Frank Calluy, Paul
Wynants, Swa Verbeeck, Paul De Clippeleir, Kris Sledsens, Jan Belckx, Gary
Maveau, Joeri Mannaerts, Erik Kees en Louis Deryck waren beurtelings aanwezig.
De 2 laatstgenoemden bevestigden tevens het plafond in de inkomhal.
Vergeten wij uiteraard het schilderwerk niet. Ongeveer 45 deurstijlen in
satijnblauw zetten, vergt niet alleen een engelengeduld, maar ook vakmanschap.
Marc Pilyser scheen beide kwaliteiten in zich te verenigen. Luc Thomas en Frank
De Meulder staken ook een handje toe, terwijl Swa Verbeeck vooral de grondlagen
aanbracht.
Het enige wat uitgegeven werd, betreft voornamelijk schrijnwerkerij:
keuken, toog + valse plafonds zijn het werk van de firma Jansen. Zij plaatsten
ook het sanitair.
Blijven nog de bestellingen van tafels (die allemaal in mekaar gewezen
werden door Jef Verbeeck) en stoelen. Verder nog een aantal randactiviteiten
zoals het graven van greppels. In een moordende temperatuur werd een greppel
gegraven van de oude naar de nieuwe kantine door een aantal moedigen: Werner Van
Dijck, Herman Wouters, Stefaan Kees, Kris & Bert Calluy, Jan Belckx, Jan
& Maarten De Veuster, Steven Baerts, Jan Hawinkel, Christof Bonne, Niko
Vanzeebroeck en Dirk Baerts. Een aantal parasols werden in serie geplaatst om
toch iets beschutting te hebben tegen de zon.
Het aanbrengen van de vensterbanken (Jef Verbeeck), de installatie van de
noodtrap en de omheining op het terras (Swa Verbeeck en Jos Deryck) en tal van
andere klussen maakten de afwerking compleet.
Om met het tornooi gebruiksklaar te zijn zorgden volgende dames me de
opkuis voor de finishing touch: Gilberte Verbeeck, Jeanine en Veerle Calluy,
Monique Verbeeck, Leona Kees, Maria Jansens en Carine Hoeymans.
Zoals je merkt is het geven van een volledig overzicht quasi onbegonnen
werk. Uiteindelijk ben ik toch nog in detail gegaan wat het aantal namen van
medewerkers betreft. Toch is het onmogelijk iedereen te noemen, met de
opdracht(en) die ze uitvoerden. Zo heb ik o.a. nog Hugo Dockx, Boumedienne Haïmada,
Frank Panier, Mil Van Etten, Ingolf Gjertsen, Johan Sysmans, Dirk De Ridder,
Roger De Loose, Tim Rademakers … mee weten klussen (sorry aan degenen die ik
vergeet).
In de loop van het seizoen volgden nog een aantal karweien: zoals reeds
gemeld eiste de elektriciteit nog heel wat energie op, de keuken en de
vergaderzaal werd volledig ingericht. Kortom: het onderhoud en de verbetering
van ons installatie blijven een aanhoudende uitdaging. Tot op heden werd de
handschoen met beide handen opgepakt. Dit zal ook zo in de toekomst moeten
blijven. Zo kunnen wij terecht fier blijven op onze installatie.
In dat tussenseizoen moesten wij tevens voorzien in het onderhoud van de
velden (nivelleren, inzaaien, besproeien, gras afdoen), net zoals ieder jaar
(afspraak gemeente).
Wij zijn alle medewerkers erkentelijk die ons dit prachtig project mee
helpen realiseren.