KANTINEBOUW

T ijdens ons 33-jarig bestaan hebben wij ons altijd als ware bouwheren gedragen. In het klein begonnen, realiseerden wij op het einde van vorige eeuw een mastodont, die zijn gelijke in het verbond niet kent. Achter iedere bouw stak een ander verhaal:  

KANTINE 1 - 1975

Onze 1ste kantine werd opgetrokken in beton. In feite was het een niemendalletje van 8 op 6m (!). Verder ook nog een bergruimte, 2 cabines van 4 op 4, een scheidsrech-terscabine en een WC. De oprichting nam nochtans een ganse zomer in beslag, niet in het minst door de beperkte mankracht. Dit was nochtans niet zo gepland: normaal zou betonwerken Van Elsacker het materiaal leveren, maar de bedrijfsleider toen stond nogal wantrouwig tegenover (de financiële toestand van) ons jong clubje en stuurde ons door. Wij bestelden dan maar bij Knaepkens in St.Job. De ganse levering kostte ongeveer 80.000 fr en werd binnen de 3 dagen voldaan (wij hadden immers bij de leden een lening van 250.000 fr aangegaan, die wij op 5 jaar moesten afbetalen). Van Elsacker was hierover zo verbolgen (eigen schuld dikken bult?) dat hij zijn werknemers Jos en Frans Deryck verbood onze kantine te zetten. Wij uiteraard met de handen in het haar. Guy Segers, toenmalig keeper van de 1ste ploeg, had wel wat weekendwerk gedaan bij Van Elsacker en had het al eens “zien doen”. Hij werd dus werkleider. De 1ste zaterdag was nog een achttal mensen op het appèl. Maar toen wij aan het 2de vak bezig waren, viel het 1ste omver. Dit demotiveerde blijkbaar want de zaterdagen nadien waren we nog met 3: naast Guy Segers nog Louis Deryck en Paul Mertens (die later ook zou afhaken). De ruwbouw vorderde dus uiterst moeizaam. Jos Deryck hielp nog wel bij het opvoegwerk. Bart Dandois, geholpen door Fons De Veuster, legde de electriciteit, terwijl het sanitair uitbesteed werd.

Ook de brouwerijen hadden niet teveel vertrouwen. Enkel Wieze wou met ons in zee gaan. Roger Caspermans werd onze brouwer.

Uiteindelijk konden wij de installatie in gebruik nemen met ons seniorstornooi op zaterdag 6 september 1975. De nacht voordien hadden wij evenwel nog tot 1u bezig geweest aan de afwerking.


KANTINE 2 – IN 3 FASEN

Fase 1 – 1981: houten chalet

Anderhalf jaar nadat wij de lening aangingen bij onze leden voor de 1ste kantine, waren wij op 28/11/78 volledig schuldenvrij. Meteen begonnen wij te dromen van een grotere kantine. Op 10/9/80 besliste de VZW daar ook werk van te maken. Daarvoor werd een werkgroep opgericht die op 4/11/80 voor het eerst samenkwam. We besloten de cabines te laten staan en een grote houten chalet op te trekken op de plaats van de bestaande kantine.  Gelukkig konden we dan via een werkmakker van Rik De Boel een occasie op de kop tikken in Putte-Kapellen. Het betrof een tekenbarak van BASF, die van stedenbouw niet mocht gebruikt worden als tuinhuisje (?). Kostprijs: 30.000 fr!

Tijdens verschillende werkvergaderingen werd de praktische uitwerking besproken: Dirk Weidener berekende de draagkracht  van de spanbalken, zodat besloten werd om boven de toog een draagbalk te steken, evenals boven de ramen. Karel Gysen leverde het materiaal voor toog en binnenbekleding. Het aanhalen van de panelen werd een hachelijke onderneming. Met een vrachtwagen van de firma Wouters bracht Bart Dandois het “lange transport” over.

Op 23 april begon Marcel Van Keer met de afbraak van de bestaande kantine. Op 25 april was deze karwei al geklaard. Haast elke avond en ieder weekend werd er met man en macht gewerkt. Wij hadden bovendien onze les geleerd uit de vorige bouw. Daarom werkte de vzw een stimulerende maatregel uit: wie kwam meewerken betaalde nog 20 fr lidgeld; wie thuis in zijn zetel bleef zitten mocht 1.020 fr ophoesten.

De week voor het tornooi geraakten we klaar. Het duurde minder dan 4 maanden.

Zonder volgende vaklui hadden wij het zeker niet geklaard:

René Geens (technische leiding en vooral schrijnwerkerij); Johan Van Wolput, Rik De Boel en Herman Vinck (vloeren en metselwerk), Jef Ceulemans (schilderwerk), Leo Vervoort (loodgieterij), Lou Segers (dakwerken), Luc Janssen, Marc Van Dijck en Felix Verlooy (electriciteit), Xavier Baerts, Guy Matheussen en Jos Deryck (timmerwerk), Paul Campforts, Guy Jennes, Gust Aerts en Frans Wils (helpers waar nodig), Fons De Veuster (ploegbaas) en Jan De Veuster (organisatie en administratie). Verder natuurlijk ook alle andere helpers.

Om de kantine te bouwen, hadden we weer een lening afgesloten bij de leden, die andermaal terugbetaalbaar was op 5 jaar (maar die weer binnen de 3 jaar vereffend was). Door de financiële meevaller van het tornooi konden we afsluiten op 215.000 fr

Nog een positief aspect aan deze kantinebouw: uit de werkgroep ontsproot ons Technisch Comité, dat tot op heden instaat voor onze accommodatie.  

Fase 2 – 1985: ruwbouw cabines

Wij wensten 4 cabines, een scheidsrechterscabine en een WC (apart dames/heren), die bovendien vanuit de kantine bereikbaar waren. Dit alles in 1 tussenseizoen realiseren, bleek onmogelijk zodat het opgesplitst werd in 2 fasen.

In de zomer van 1985 werd de ruwbouw rond de bestaande cabines gemetst, zodat wij als het ware overdekte kleedkamers hadden. Dit werd verwezenlijkt door de mensen van ons Technisch Comité, bijgestaan door een horde vrijwillige medewer-kers.

De ruwbouw werd op korte tijd geklaard. Enkel het opvoegen zou nog aanslepen tot in het begin van het seizoen. Belangrijkste hoofdprobleem in die fase waren de lichtkoepels. Er waren immers geen vensters (enkele “patrijspoorten” niet te na gesproken), zodat een oplossing via het dak moest gezocht worden. Vooral het waterdicht maken, zorgde voor de nodige kopbrekens.

Financieel werd het ook een meevaller want het kon volledig met eigen middelen betaald worden.  

Fase 3 – 1986: afwerking cabines

In de loop van het seizoen volgden verschillende vergaderingen om de ruimte (want echt groot was het niet) zo economisch mogelijk in te richten. Er werd geopteerd voor volkernplaten voor de binnenbouw (plaatsbesparend) en het super SER verwar-mingssysteem. De vloer zou bestaan uit gepolierd beton, wat het onderhoud zou vergemakkelijken. In de douches kwamen wel antisliptegels. André Verbruggen kon ons een sceptische put bezorgen.

In het tussenseizoen werd niet enkel in het weekend gewerkt, maar ook ’s avonds. Met het tornooi konden de cabines in gebruik genomen worden, maar de afwerking liep nog wel enige tijd door.

Enkele namen van medewerkers die we je niet willen onthouden: Guy Horemans, René Geens, Marcel Joosen, Frans Wils, Rik De Boel, Fons De Veuster, Jan De Veuster, Xavier Baerts, Ludo Van Trier, Ludo Bosmans, Dirk Ceulemans, Karel Gysen, Fons De Paepe, Paul Daniëls, Felix Verlooy, Stan Van Gastel, Jos Deryck, Paul De Clippeleir, Fernand De Graef, Jan Heye.

 

KANTINE 3 – 1992

Met onze verhuis naar De Zeurt, erfden wij de kantine van Hoogmolen. Het betrof dus geen nieuwbouw, maar wel een stevig renovatie. Voornamelijk de vloer had een grondige opknapbeurt nodig. Maar dit bezorgde ons Technisch Comité wel een serieus dilemma: de inspanningen moesten in verhouding staan tot de beperkte gebruiksduur (wij hoopten binnen een 2-tal seizoenen onze nieuwe chalet in te huldigen), terwijl toch het nodige comfort moest nagestreefd worden.

Het materiaal werd geleverd door de gemeente, wij zorgden voor de arbeid (een formule die ook bij onze huidige accommodatie gebezigd werd). Bovendien stond in ons eisenbundeltje dat er een aansluiting moest komen op het aardgasnet. Ook wensten wij de aanleg van een oefenveld om de 2 terreinen enkel voor competitie-wedstrijden te gebruiken. Dit veld kwam achter het B-veld (waar nu de korfbal zijn installaties heeft). Wij transporteerden de verlichtingspalen van ons klein oefenveldje achter het college naar de Zeurt. De nivelleringswerken gebeurden door de firma Ooms.

Wat het gebouw betrof: eerst kreeg de buitenzijde een grondige opknapbeurt zodat de aanwezigheid van Simikos voor de buitenstaander al vlug duidelijk werd. Tegelijkertijd werden in de cabines de rottende vezelplaten verwijderd en rondom de installatie werden gaten geboord om de verluchting te bevorderen. Na het drogings-proces konden de waterdichte triplexplaten aangebracht worden.

Aan de achterzijde werd een opslagruimte in beton opgetrokken voor onze dranken. Zo konden wij tevens doorgeefijskasten inbouwen. De prefabs werden overgebracht om ons materiaal in op te bergen.

De medewerking van de leden liet eigenlijk te wensen over zodat het D.B. OP 9/9/92 besloot dat de beurtrol werd afgeschaft voor wie kwam helpen (in de brede zin van het woord).

Op 21/9 werd met de verantwoordelijken van het St.Michielscollege een overeen-komst gesloten betreffende de overdracht van onze installaties aan het Papenaar-deken. Tot op heden gebruiken zij die nog als polyvalente ruimte.

De houten chalet zou nog dienst doen tot 1997. Daarna zou de korfbal er nog meer dan 5 jaar in vertoeven (ons oplapwerk was dus meer dan degelijk). Momenteel staat ze te verkommeren om eerstdaags afgebroken te worden.

 

KANTINE 4 - 1997

Toen wij in 1992 naar De Zeurt verhuisden, hoopten wij hoogstens 2 jaar nadien onze nieuwe kantine te kunnen inhuldigen. Dat was echter buiten de administratieve molen gerekend. Bovendien staken buurtcomité’s en andere externe factoren stokken in de wielen. Onze nieuwe accommodatie kreeg stilaan de vorm van een luchtkasteel … tot in 1996. Na verschillende (verbeterde) plannen aan het architectenbureau teruggestuurd te hebben, installeerde de aannemer (Sools) september 96 zijn kranen en ander zwaar materiaal. Hoewel alles nog niet van een leien dakje verliep, was dit voor ons toch het sein om een oproep voor medewerkers te lanceren. Want wij hadden met het gemeentebestuur een uniek samenwerkings-akkoord afgesloten: de gemeente zorgde voor de ruwbouw, wij stonden in voor de afwerking. Gelukkig kregen wij daarbij ook nog financiële ondersteuning (onderhan-delingen hieromtrent werden door Jan De Veuster gevoerd). Toch leverde deze werkwijze de gemeente Schoten een winst op van 7 miljoen (oude Belgische franken). Wat de oproep betrof: er was een bevredigende opkomst bij de nodige vaklui. Ook een redelijk aantal spelers en enkele ouders kwamen af en toe een handje toesteken, maar het merendeel van onze leden bleef opvallend afwezig.

De plannen voor de binneninrichting, zoals door het architectenbureau afgeleverd, werden door Guy Horemans op Simikos-maat hertekend. Dit vergde avonden en weekends studie, onderhandelen met aannemers, inwinnen van informatie en prijsoffertes afwegen. Nadat hij hieruit een aanvaardbaar (uiteraard ook financieel) alternatief had gedistilleerd, kon in diverse vergaderingen een werkschema worden uitgedokterd. Met al deze theoretische kennis was het vanzelfsprekend dat Guy de algemene coördinatie naar zich toe trok.

Een eerste tijdrovende klus was het binnenvoegwerk. Door het vriesweer kenden wij een valse start in de kerstvakantie, maar in februari kon definitief van start gegaan worden. Dit betekende toch al een achterstand op het schema van ongeveer 2 maanden. De 1.300 m² (ruw geschat) grote oppervlakte slorpte verschillende week-ends en avonden op. Vooral de familie Verbeeck (Jef – Sven – Danny – Swa – Kevin) manifesteerde zich nadrukkelijk. Zij werden goed bijgestaan door de familie Calluy (Frank – Bert – Kris), Erik en Filip Kees, Paul De Clippeleir, Paul Wynants, Robert Imler, Johan Dockx, Niko Vanzeebroeck, Kris Sledsens en Jos Deryck (die bovendien de velden onderhield).

Aan de bevloering gingen nog voorbereidingswerken vooraf. Frank Calluy met zijn zonen Bert en Kris, Ludo Van Trier, Rudy Limbour en Paul De Clippeleir legden honderden meters waterleiding en afvoerbuizen, die onder de chape verdwenen. Opnieuw familie Verbeeck (Jef en Gilberte, Sven, die ook de douches van een water-dichte specie voorzag en Danny, die ook het metselwerk van de toog voor zijn reke-ning nam) namen het leeuwenaandeel van de ongeveer 1.000 m² voor hun rekening. Zij kregen met Jos Deryck en Kris Van Den Bergh waardige assistenten. Theo Marijnissen, Erik Kees, Herman Wouters en Frank Calluy staken een aardig handje toe bij het betegelen van WC’s en douchecellen, en het plaatsen van plinten. Het voorbereidend bezetten werd door het broederpaar Geens (Koen en Paul) ter harte genomen.

Guy Horemans kende heel wat knobbelwerk aan de verwarming. Uiteindelijk bracht Laurent De Wachter (Bondec) de redding. Ook hier kon hij rekenen op Paul De Clippeleir om de nodige leidingen te leggen.

Een belangrijk item was de elektriciteit: ongeveer 2 km kabel werd er getrokken. De specialisten terzake waren Guy Horemans, Paul Aerts en andermaal Paul De Clippeleir. Zij hebben nog een tijdlang tijdens het seizoen verder gewerkt, maar tegen de seizoensaanvang was het belangrijkste operationeel.

Tijdens al deze werkzaamheden konden onze vaklui rekenen op de hand- en span-diensten van een aantal bereidwilligen: Maarten De Veuster breidde zijn vakkennis aanzienlijk uit, Choi en Kris Sledsens, Niko Vanzeebroeck, Steven Van Tichelt … ook bij het afschuren van de planken waren zij erg actief. Eddy Spruyt en Bruno Van Hooydonk legden met het zagen en schaven de 1ste hand; Bernadette Wouters, Stefaan Kees en Kathleen hanteerden het meest de sapborstel. Voor het bevestigen van de beugels en de banken, de kapstokken, rugleuningen komen wij terug bij gekende namen als Jef & Swa Verbeeck, Erik en Stefaan Kees, Paul Wynants. Bruno Van Hooydonk kreeg verschillende helpers bij het bevestigen van de glaswol-isolatie en het monteren van het valse plafond in de kantine: Rudy Limbourg, Rudy Van Hees, Rik Van Haeren, Frank Calluy, Paul Wynants, Swa Verbeeck, Paul De Clippeleir, Kris Sledsens, Jan Belckx, Gary Maveau, Joeri Mannaerts, Erik Kees en Louis Deryck waren beurtelings aanwezig. De 2 laatstgenoemden bevestigden tevens het plafond in de inkomhal.

Vergeten wij uiteraard het schilderwerk niet. Ongeveer 45 deurstijlen in satijnblauw zetten, vergt niet alleen een engelengeduld, maar ook vakmanschap. Marc Pilyser scheen beide kwaliteiten in zich te verenigen. Luc Thomas en Frank De Meulder staken ook een handje toe, terwijl Swa Verbeeck vooral de grondlagen aanbracht.

Het enige wat uitgegeven werd, betreft voornamelijk schrijnwerkerij: keuken, toog + valse plafonds zijn het werk van de firma Jansen. Zij plaatsten ook het sanitair.

Blijven nog de bestellingen van tafels (die allemaal in mekaar gewezen werden door Jef Verbeeck) en stoelen. Verder nog een aantal randactiviteiten zoals het graven van greppels. In een moordende temperatuur werd een greppel gegraven van de oude naar de nieuwe kantine door een aantal moedigen: Werner Van Dijck, Herman Wouters, Stefaan Kees, Kris & Bert Calluy, Jan Belckx, Jan & Maarten De Veuster, Steven Baerts, Jan Hawinkel, Christof Bonne, Niko Vanzeebroeck en Dirk Baerts. Een aantal parasols werden in serie geplaatst om toch iets beschutting te hebben tegen de zon.

Het aanbrengen van de vensterbanken (Jef Verbeeck), de installatie van de noodtrap en de omheining op het terras (Swa Verbeeck en Jos Deryck) en tal van andere klussen maakten de afwerking compleet.

Om met het tornooi gebruiksklaar te zijn zorgden volgende dames me de opkuis voor de finishing touch: Gilberte Verbeeck, Jeanine en Veerle Calluy, Monique Verbeeck, Leona Kees, Maria Jansens en Carine Hoeymans.

Zoals je merkt is het geven van een volledig overzicht quasi onbegonnen werk. Uiteindelijk ben ik toch nog in detail gegaan wat het aantal namen van medewerkers betreft. Toch is het onmogelijk iedereen te noemen, met de opdracht(en) die ze uitvoerden. Zo heb ik o.a. nog Hugo Dockx, Boumedienne Haïmada, Frank Panier, Mil Van Etten, Ingolf Gjertsen, Johan Sysmans, Dirk De Ridder, Roger De Loose, Tim Rademakers … mee weten klussen (sorry aan degenen die ik vergeet).

In de loop van het seizoen volgden nog een aantal karweien: zoals reeds gemeld eiste de elektriciteit nog heel wat energie op, de keuken en de vergaderzaal werd volledig ingericht. Kortom: het onderhoud en de verbetering van ons installatie blijven een aanhoudende uitdaging. Tot op heden werd de handschoen met beide handen opgepakt. Dit zal ook zo in de toekomst moeten blijven. Zo kunnen wij terecht fier blijven op onze installatie.

In dat tussenseizoen moesten wij tevens voorzien in het onderhoud van de velden (nivelleren, inzaaien, besproeien, gras afdoen), net zoals ieder jaar (afspraak gemeente). 

Wij zijn alle medewerkers erkentelijk die ons dit prachtig project mee helpen realiseren.