Reglementering pupillen Reglementering mini-miniemen Reglement Inwendige Orde

REGLEMENTERING MINI-MINIEMEN

De mini-miniemen spelen geen competitie in de echte zin van het woord. Dat de wedstrijden niet langer een competitief karakter hebben, brengt met zich mee dat uitslagen en klassementen niet meer zullen gepubliceerd worden. Zij zullen nog wel gemaakt worden voor intern gebruik op de federatie. Voor de scheidsrechter zal een extra pedagogische opdracht weggelegd zijn.
Voor de voetbalspelreglementen zijn de reglementen en gebruiken van het verbond van toepassing behalve de hierna vermelde uitzonderingen
Terrein
Begrenzing van het terrein zijn de bestaande zijlijnen en het strafschopgebied. Om de afstand tussen de zijlijn en de hoek van het strafschopgebied af te bakenen, gebruikt men lage kegels, platte paaltjes, een lint aan de afsluiting of trekt men met wit zand een dunne lijn (geen kalklijn!)
Doelgebied
Het doelgebied is een fictieve afbakening waarin de doelman de bal met de handen mag nemen. (er is geen strafschopgebied).
Doelen
De binnenafmetingen van de doelen moeten 5m op 2m bedragen. De doelen moeten stevig in de grond verankerd worden.
Neutrale zone - beschermingsgebied
Tijdens de wedstrijd is de toegang tot de neutrale zone (het gebied achter de doelen en het beschermingsgebied) verboden voor onbevoegden (publiek, supporters, spelers van andere ploegen).
De toeschouwers moeten achter de bestaande omheining blijven; zij mogen niet achter de doellijn van het terrein plaatsnemen.
De aanwezigheid van terreinafgevaardigde, ploegafgevaardigden, verzorgers en trainers – allen met de voorgeschreven armband – is in de neutrale zone toegestaan. Zij dienen evenwel buiten de speloppervlakte van het speelveld te blijven.
Speeltijd - rust
De wedstrijden duren 2 x 25’ met 10’ rust. In deze speelduur is de 1’ time-out per elftal inbegrepen.
Time-out
Tijdens de wedstrijd mag – moet niet – een ploegafgevaardigde een time-out vragen aan de scheidsrechter. Dit kan enkel gebeuren bij een spelonderbreking. Na een teken van de scheidsrechter mag de afgevaardigde (hij alleen en niemand anders) het terrein betreden en zijn ploeg op het terrein coachen.
Elke ploeg beschikt over één time-out (maximum 1’) waarvan zij het moment zelf mag bepalen.
Bal
De wedstrijdbal is een nr 4
Scheidsrechter
De scheidsrechters worden officieel van verbondswege aangeduid.
Het preventief benaderen van spelovertredingen (o.a. fictief doelgebied, inworp …) en het pedagogisch begeleiden van de spelers behoort tot zijn taak.
Identiteit
Bij elke wedstrijd moet van elke speler een aansluitingskaart voorgelegd worden.
Aantal
Elke ploeg bestaat uit negen spelers waarvan één de doelman is.
Doelman
Er dient niet met een vaste doelman gespeeld te worden. Bij een spelonderbreking kan er steeds van doelman gewisseld worden. Om de doelman te onderscheiden van de andere spelers en voor een gemakkelijke wisseling is het dragen van een hesje aan te bevelen.
Het wisselen van de doelman is geen verplichting. Er kan en mag met een vast doelman gespeeld worden.
Vervangingen
De reservespelers – waarvan het aantal onbeperkt is – dienen vooraf op het wedstrijdblad te zijn ingeschreven.
De wissel gebeurt bij een spelonderbreking. De vervanging moet gebeuren aan de middenlijn. De vervangen speler moet het terrein verlaten hebben voor de vervanger het terrein mag betreden. Er mogen maximum 2 spelers tegelijkertijd vervangen worden.
De scheidsrechter dient van deze vervangingen op de hoogte gebracht te worden. Het spel gaat onmiddellijk door. Er moet niets genoteerd worden over de vervanging.
Een vervangen speler mag nadien altijd terug aantreden.
Aftrap – begin van het spel
Bij de aanvang van elke speelhelft en na een doelpunt wordt de aftrap gegeven aan de middenstip. De tegenstrevers moeten buiten de middencirkel staan. De bal is in het spel wanneer hij getrapt is en bewogen heeft in voorwaartse richting.
Bij een aftrap op een beginschop kan rechtstreeks gedoeld worden.
Buitenspel
Is niet van toepassing
Vrije schoppen - strafschop
Alle overtredingen –uitgezonderd de fouten, waarvoor een preventieve benadering mogelijk is– worden bestraft met een onrechtstreekse vrije schop. Er worden geen strafschoppen toegekend. Bij een (onrechtstreekse) vrije schop dienen de tegenstrevers op minstens 7 meter van de bal te staan.
Alle overtredingen in het fictieve doelgebied worden met een onrechtstreekse vrije schop bestraft. De bal wordt op 7 meter van de doellijn gelegd, haaks op de plaats van de fout.
Inworp
De inworp dient reglementair te worden uitgevoerd. Een foutieve inworp wordt door de scheidsrechter preventief benaderd.
Hoekschop
De hoekschop wordt gegeven vanaf de hoeken van het strafschopgebied van het normale speelveld.
De tegenstrever dient een afstand van 7 meter te respecteren tot wanneer de bal getrapt is.
Men kan rechtstreeks een doelpunt aantekenen bij een hoekschop.
Doelschop
Bij een doelschop mag de doelverdediger -binnen zijn fictief doelgebied– de bal vanuit de handen uittrappen. Uiteraard mag hij de bal ook van op de grond in het spel brengen. De tegenstrever mag de doelverdediger niet hinderen bij de uittrap.
Bij een doelschop (ook vanuit de handen) kan een doelpunt gescoord worden.
Bestraffing spelregels
Volgende fouten en ongepastheden dienen bestraft te worden met een onrechtstreekse vrije schop:
- een tegenstrever een trap geven of trachten te geven
- een tegenstrever doen vallen
- op een tegenstrever springen
- een tegenstrever ongepast aanvallen
- een tegenstrever slaan of trachten te slaan
- een tegenstrever duwen of vasthouden
- een tackle zodanig uitvoeren dat de tegenstrever eerder geraakt wordt dan de bal
- naar een tegenstrever spuwen
- de bal vrijwillig met de hand of de arm spelen
- de doelverdediger aanvallen wanneer deze: de bal houdt, de bal wil uittrappen
- obstructie plegen
- de bal gevaarlijk spelen
Uiteraard blijven gele en rode kaarten behouden.
Preventieve benadering spelregels
Volgende fouten worden preventief benaderd of worden duidelijk gemaakt aan de betrokken speler(s) dat zij fout zijn maar niet onmiddellijk bestraft worden:
- reglementaire inworp
- doelbewuste terugspeelbal
- 6 seconden en 4 passenregel van de doelverdediger
- doelverdediger die te ver uit zijn fictief doelgebied de bal met de handen speelt
- de bal voor de 2de keer spelen nadat deze nog niet door een andere speler aangeraakt is (bij vrijschop)
- het niet respecteren van de afstand
- verzorging van een speler op het terrein
- de vervangingen niet correct worden uitgevoerd